Te betalen successierechten bij overlijden eerste ouder
In een gezinssituatie met 2 ouders en een of meer kinderen kan bij het overlijden van een van de ouders erfbelasting over de erfdelen van de kinderen zijn verschuldigd.
Deze erfbelasting
moet dan door de achtergebleven ouder aan de belastingdienst worden voldaan.
Dit bedrag aan te betalen erfbelasting kan hoog oplopen door de relatief
lage vrijstelling van de kinderen ad €.19.000,00 en het feit dat
gelijk over de eerste schijf 10% moet worden afgedragen.
Of er veel of weinig,
of misschien niets zal moeten worden betaald hangt af van een aantal
factoren.
Dit zijn het aantal kinderen, de rente over de vorderingen van de kinderen,
de leeftijd van de langstlevende ouder, de grootte van de erfdelen van de
kinderen, het huwelijksvermogensregime (gemeenschap van goederen of
huwelijksvoorwaarden) en de omvang van het vermogen.
Een 2-trap testament (ook wel genoemd tweetrapsmaking) wordt thans veelvuldig aangeraden als een oplossing hiervoor. Doch de kinderen lopen hierdoor, na overlijden van de andere ouder, het risico een veelvoud aan erfbelasting te moeten betalen ten opzichte van een andere regeling.
Wanneer de kinderen een beroep doen op hun legitieme portie is het tweetraps testament ook nog voor niets gemaakt.
Bij een vermogen, waardoor het erfdeel van de achterblijvende ouder boven de vrijstelling van €.600.000,00 uit komt kan een 2-trap zelfs duurder worden dan een ander testament.
Er zijn een aantal mogelijke testamentvormen die voor uw specifieke situatie geschikt kunnen zijn.
Laat u dus goed adviseren voordat u een 2-traps testament laat opmaken.
Wij kunnen u eenvoudig voorrekenen wat voor u de beste testamentvorm zal kunnen zijn.
Wilt u hiervoor een afspraak maken? mail dan naar info@mijn-nalatenschap.nl of bel 06-46151405 voor het maken van een afspraak.
Wetswijziging op 1 januari 2010 en partnervrijstelling.
Op 15 december 2009 is de wetswijziging van de successiewet door de Eerste Kamer aangenomen.
Er is vanaf 1 januari 2010 dus nog maar één samenwoners vrijstelling overgebleven. Dit is de partnervrijstelling, welke bedraagt €.600.000,00. Deze partnervrijstelling geldt voor gehuwden en als partner geregistreerden en voor samenwoners die aan de volgende voorwaarden voldoen:
zij moeten:
a. beiden meerderjarig zijn;
b. een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd, blijkend uit een inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende administratie buiten Nederland op hetzelfde woonadres;
c. een wederzijdse zorgverplichting hebben die is aangegaan bij een ten overstaan van een notaris verleden akte;
d. geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn (uitgezonderd kinderen die in het kader van mantelzorg voor hun vader of moeder zorgen), en
e. niet met een ander aan de in de onderdelen a tot en met d genoemde voorwaarden voldoen.
Dit betekent op grond van punt b. dat de samenwoners een notarieel samenwonerscontract moeten hebben dat ouder is dan 6 maanden.
Samenwoners hebben op grond van de overgangswet na invoering van de wet een jaar de tijd om dit te regelen.
Wanneer een van de samenwoners vóór 1 januari 2011 overlijdt hoeft er dus nog geen samenlevingscontract bij de notaris te zijn getekend. Wanneer dit overlijden bijvoorbeeld op 1 januari 2011 plaats zal vinden moet er in dat geval vóór 1 januari 2011 een samenlevingscontract bij de notaris zijn getekend.
Anders heeft de langstlevende samenwonende partner die erft van diens overleden partner geen partnervrijstelling meer voor de erfbelasting.
Als enige uitzondering hierop worden samenwoners, die tot het tijdstip van het overlijden of de schenking gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf kalenderjaren een gezamenlijk huishouding hebben gevoerd, blijkend uit een inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende administratie buiten Nederland op hetzelfde adres, tevens als partner (met de daarbij behorende vrijstelling) aangemerkt.
Op grond van punt e. hebben samenwoners in een samenwoning van 3 of meer personen (de meerrelatie) geen partnervrijstelling meer vanaf 1 januari 2010.
Aangezien op 1 januari 2011 het fiscale partnerbegrip
voor de Inkomstenbelasting dienovereenkomstig wordt gewijzigd heeft dit
voor de Inkomstenbelasting het gevolg dat als samenwoners op 1 januari 2011 niet aan voormelde
voorwaarden zullen voldoen, zij zich niet (meer) als fiscaal partner kunnen laten
aanmerken.